Huwelijkskrakeel
De commissarissen van huwelijkse zaken registreerden de huwelijken van de Amsterdammers. Ze bemiddelden ook bij conflicten die ontstonden als mensen wilden trouwen. Die zaken noteerden ze in het huwelijkskrakeelboek. Daarin staat te lezen dat Geertje Dircx, Rembrandts gewezen huishoudster en geliefde, in 1649 van de schilder eiste dat hij met haar zou trouwen. Volgens haar had hij dat beloofd. En anders moest Rembrandt in haar onderhoud voorzien. Waarschijnlijk wilde Geertje zo meer alimentatie van hem loskrijgen. De commissarissen moesten Rembrandt drie keer ontbieden, voordat hij op 23 oktober 1649 voor hen verscheen. Hij ontkende alles. Geertje moest maar bewijzen dat hij ooit met haar geslapen had.
Uitspraak
Rembrandt had Geertje al aangeboden haar 160 gulden per jaar te betalen. De commissarissen maakten daar nu 200 gulden van. Verder moesten de twee zich aan hun eerdere overeenkomst houden. Zo beschermden de commissarissen Geertjes belangen, zonder dat ze Rembrandt tot een huwelijk dwongen.
Opgesloten
Geertje gaf het jaar daarop haar broer en haar neef volmacht om de alimentatie bij Rembrandt te innen. Maar Rembrandt wist de broer in te palmen. In opdracht van de schilder kocht die vervolgens een buurvrouw van Geertje om, om in de buurt praatjes over haar te verzamelen. Geertje kwam er daarin niet goed vanaf. Zo slecht zelfs dat de burgemeesters besloten haar te laten opsluiten in het Spinhuis – het tuchthuis voor vrouwen – in Gouda. Pas na vijf jaar werd Geertje vrijgelaten.
Klik onderaan de pagina onder het kopje 'Beschikbare tools' op 'Transcripties' om de letterlijke transcriptie van dit document te lezen.