Uit vrije wil
Titus was veertien jaar in november 1655. Hij woonde in de Jodenbreestraat met zijn vader, Hendrickje Stoffels en zijn halfzusje Cornelia, die net een jaar oud was. Het gezin ging gebukt onder Rembrandts schulden. De schilder nam daarom maatregelen om zijn financiële middelen te beschermen. Hij stuurde zijn zoon op 24 november naar notaris Jan Molengraeff om zijn testament op te maken. Daar verklaarde de jonge Titus dat het helemaal zijn eigen idee was geweest en dat hij uit vrije wil gekomen was, zonder dat iemand hem daartoe had overgehaald.
Enige erfgenaam
Titus had in 1642 alles geërfd wat zijn moeder Saskia bezat. Rembrandt beheerde dat vermogen voor hem. Saskia’s familieleden waren erg wantrouwig over de manier waarop Rembrandt omsprong met de nalatenschap van zijn vrouw. In 1647 eisten zij dat de schilder daarover verantwoording aflegde. Rembrandt stelde toen een lijst op van wat Saskia en hij hadden gehad toen zij overleed. Hij schatte hun gezamenlijke vermogen op ruim 40.000 gulden. Titus had recht op Saskia’s deel daarvan, dus op 20.000 gulden. Rembrandt wilde dat kapitaal graag in handen houden. Daarom benoemde Titus Rembrandt als zijn enige erfgenaam, wanneer hij zonder kinderen zou komen te overlijden. De familie van Saskia kreeg niets.
Drie testamenten
Titus liet in de jaren 1655-1657 drie verschillende testamenten opmaken om ervoor te zorgen dat Rembrandt over Saskia’s geld zou kunnen blijven beschikken.
Klik onderaan de pagina onder het kopje 'Beschikbare tools' op 'Transcripties' om de letterlijke transcriptie van dit document te lezen.