In 1963 tekende Piet Spijker de centrale hal van gebouw De Bazel, met loketten en klanten. Op de eerste afbeelding is in het midden een glazen hokje te zien, waar klanten terecht konden voor informatie. De hal ziet er ruim en licht uit, maar lijkt ook wat ouderwets, door de eikenhouten panelen en de verouderde loketten. Niet veel later zijn deze verwijderd.
Er werkten veel mensen in de centrale hal van het bankgebouw. Architect K.P.C. de Bazel vond het belangrijk dat zij voldoende daglicht hadden tijdens hun werk. Hij ontwierp daarom glazen tussenplafonds die het daglicht, dat door de glazen kappen op het dak viel, de hal binnen lieten.
In 1954 liet de bank een betonnen vloer leggen op de plek van de glazen plafonds, om daarmee extra kantoorruimte te winnen. Tijdens de verbouwing van het gebouw tot Stadsarchief is het glazen plafond weer teruggebracht.
Op de derde afbeelding is de centrale hal op de begane grond in het Stadsarchief te zien, als het hart van het gebouw. In de hal zijn vaak tijdelijke tentoonstellingen te zien. Ook wordt hier tijdens de jaarlijkse Museumnacht gedanst.