Amsterdam
Bron

Het dagboek van Wim Post

Op 16 april 1942 werden alle diamanthandelaren in Amsterdam door de Duitse toezichthouder opgeroepen om hun diamanten in te leveren bij het Rijksbureau voor Diamant. Een dag later werden de handelaren gecontroleerd of ze niets hadden achtergehouden. De Duitsers vertelden de handelaren dat de diamanten naar een veiliger plek gingen, maar deze gebeurtenis wordt niet voor niets de diamantroof genoemd.
De diamantroof houdt Paul Post al zo’n tien jaar bezig. Zijn vader Wim werkte namelijk bij het Rijksbureau voor Diamant, van 1941-1945. Pauls onderzoek begon bij de persoonlijke documenten van zijn vader. Daarna is hij via zijn eigen onderzoek opvallende dingen tegengekomen. Zo is het aantal gestolen diamanten waar Paul op komt, anders dan de aantallen die in officiële stukken worden genoemd.
Wim Post was administratief medewerker bij het Rijksbureau voor Diamant. Hij hield gedurende de hele oorlog dagboeken bij. Hierin beschreef hij wat hij meemaakte en vulde dit aan met onder andere krantenknipsels, waardoor het een heel compleet werk is geworden. Ook de diamantroof staat beschreven in zijn dagboek. Hierover schrijft Wim het volgende: “ ’n groote klap heeft onze diamantindustrie gekregen’’.
Wim begon met schrijven op 26 juni 1940 en hij beschreef ook de eerste oorlogsmaanden, vanaf de inval door de Duitse bezetter in mei. Hij was begonnen met het bijhouden van een dagboek, omdat hij inzag dat er iets groots aan de hand was. Dit moest vastgelegd worden. Hierover zegt Wim het volgende: ‘De ontzettende gebeurtenissen in Nederland en Europa brachten mij ertoe hiervan iets op te teekenen teneinde later over gegevens te beschikken.’
Wim Post overleed op 60-jarige leeftijd in 1975. De dagboeken die hij had geschreven, belandden achter in een kast.

Ontstaan van het onderzoek

Paul betrekt tegenwoordig zijn neef Serge bij het onderzoek naar de diamantroof. Ook hij heeft interesse in de link van deze gebeurtenis met hun eigen familiegeschiedenis.
Paul had voor het overlijden van zijn vader geen weet van de dagboeken. Er werd weinig over de oorlog gepraat. Serge kan zich nog wel herinneren dat zijn oma vertelde over de tijd dat zij in de Transvaalbuurt woonde, en ze tijdens de razzia’s het geschreeuw van de mensen die weggevoerd werden konden horen. De dagboeken kwamen boven water na de dood van Serges vader – en Pauls broer – in 2003. Paul en Serge vonden de dagboeken razend interessant, het is omvangrijk met informatie over oorlogsomstandigheden die Wim had meegemaakt. Maar de diamantroof viel niet per se op. Het is natuurlijk een ingrijpende gebeurtenis, maar niet iets wat hun aandacht trok.  Er staan zoveel oorlogsgebeurtenissen in, dat de diamantroof er in eerste instantie niet meteen uitsprong.  
Na de dood van Pauls moeder in 2007 komt er een volledig intacte envelop van het Rijksbureau voor Diamant tevoorschijn. Paul haalt hier een verklaring van zijn vader en twee collega’s uit. Deze kwam uit de tijd rond de Market Garden operatie.
De diamanten waren na de roof in 1942 in een kluis van de Amsterdamse bank in Arnhem beland. Uit de verklaring blijkt dat er 31.500 karaat is verkocht aan de firma Bozenhardt, en er zou nog 40.000 karaat moeten liggen in de kluis in Arnhem. Dit zou dus samen 71.500 karaat aan diamanten zijn. Toen Paul dit las vond hij het een interessant detail, maar er gingen bij hem nog geen alarmbellen af. Omdat zijn vader had gewerkt bij het Rijksbureau voor Diamant, dacht hij dat het interessant zou zijn om langs te gaan bij het NIOD. Hij heeft aldaar de dagboeken van de toenmalige directeur van het Rijksbureau opgevraagd. Hij wilde kijken of hij meer informatie over september 1944 kon vinden, maar in het dagboek van de directeur werd daar niks over geschreven. Toen pas kwam Paul erachter dat de officiële documentatie over een veel kleinere hoeveelheid diamanten gaat. Er zat een gat in van 22.000 karaat. En dit wekte Pauls interesse. Hij is gaan onderzoeken wat er nou eigenlijk gebeurd is in Amsterdam.

Diamanten van Joden niet teruggevonden

Paul kwam erachter dat er een totaal van 23.800 karaat aan diamanten nooit is teruggekomen in Amsterdam. Dit gegeven liet Paul niet los en hij wilde meer te weten komen over de diamanten die geroofd zijn. Wat is er gebeurd met de diamanten na 16 april 1942?
Wim Post schrijft in zijn dagboek op de dag van de diamantroof het volgende: “’s Avonds gingen de ‘heeren’ er met hun buit in 2 auto’s ervandoor’. Vanuit het Rijksbureau voor Diamant gaan de diamanten naar Arnhem. Uit de verklaring van 1944 is het duidelijk dat er 31.500 karaat aan diamanten al weg was. Waar Paul ook achter is gekomen, is dat alle niet-Joodse diamanten netjes werden bewaard in enveloppen, deze zijn ook allemaal teruggekomen bij de juiste eigenaren. Maar dit gold niet voor de Joodse diamanten. Wat gebeurde er juist met deze diamanten?
In 1947 werd een deel van de diamanten teruggevonden in een mijn in het Duitse Thüringen. Deze diamanten werden feestelijk teruggebracht door Amerikaanse militairen. De Duitse toezichthouder Erich Hagen had in maart 1945 al laten weten aan de directeur van het Rijksbureau voor Diamant, meneer van Essen, waar deze diamanten lagen. Dit staat ook in het dagboek van deze directeur.

Onderzoek leidt naar Friedrich Kadgien

Paul heeft geprobeerd erachter te komen waar de diamanten, die nooit meer teruggekomen zijn, naar toe zijn gegaan. Voor die zoektocht keek Paul als eerste naar de firma Bozenhardt. Bozenhardt was een Duitse diamantair uit Hamburg. Hij was verantwoordelijk voor het opkopen van de Amsterdamse diamantvoorraad. Paul zegt er duidelijk bij dat je opkopen wel tussen aanhalingstekens kan zetten. Want van het eerlijk opkopen van de diamanten tijdens de oorlog was natuurlijk geen sprake. Deze diamanten kwamen te liggen bij de Sponholz Bank in Berlijn.
Vanuit de firma Bozenhardt zijn er veertien transacties bekend waarin de diamanten worden verkocht. Acht van deze transacties zijn schijntransacties, om de diamanten uit het zicht te houden. Maar van deze acht schijntransacties zijn er drie bij één persoon beland. Die persoon is Friedrich Kadgien, een Nazi en expert van oorlogsdeviezen. Uit Pauls onderzoek is gebleken dat het grootste deel van de diamanten die nooit zijn teruggekomen, bij Kadgien waren beland. Een totaal van 22.000 karaat diamanten waren bij hem in bezit. Kadgien was financieel adviseur van Hermann Göring. Paul kwam erachter dat hij ook schilderijen had uit de Goudstikker collectie en andere waardevolle aandelen. Kadgien bekleedde een functie bij een Duits oliebedrijf dat actief was tijdens de Tweede Wereldoorlog.  Hierdoor kon hij handelen in olie vanuit Roemenië naar Zwitserland, dat afhankelijk was van olietoevoer vanuit de door Nazi-Duitsland bezette land. Toen Kadgien voelde dat Duitsland hem te heet onder te voeten werd, vertrok hij in april 1945 naar Zwitserland.
Paul ontdekte dat Kadgien in 1945 is verhoord door de Amerikanen. De ondervragers typeerden hem als ‘een rat van de laagste soort’, maar een Amerikaanse diplomaat, ambassadeur Jefferson Caffery zei het volgende: “not a real Nazi, with large accounts abroad and can be useful to us”.
Paul wilde graag verder onderzoek doen naar Kadgien in archieven van de CIA, maar hij kreeg slechts te horen: ‘we can neither confirm nor deny’. En na zijn bezwaren bij de CIA werd hij verwezen naar een Federale Rechtbank in de USA om het dossier over Kadgien geopend te krijgen.
Het spoor liep voor Paul dood bij de Amerikanen, maar dit is niet het enige wat hij over Kadgien heeft kunnen vinden. Kadgien is namelijk gevlucht. In januari 1950 eerst naar Rome en vervolgens in februari 1950 via Genua, naar Montevideo in Uruguay, een bekende route die door nazi’s werd gevolgd. Extra opvallend vond Paul het dat hij de visumaanvragen onder zijn eigen naam heeft gedaan en zo ook heeft gereisd. Paul probeert er nog steeds achter te komen hoe dit kon, een verklaring volgens hem zou kunnen zijn dat het vermogen van Kadgien door de Verenigde Staten gebruikt kon worden, waardoor hij niet vervolgd zou worden. In Zuid-Amerika kocht Kadgien grond en ging hij door met zijn leven als zakenman.

Het onderzoek gaat verder

Paul gaat door met het onderzoek, ook al is het niet makkelijk, want hij krijgt van diverse instanties geen medewerking. Er zijn volgens hem te veel toevalligheden en hij zou graag willen weten wat er met de diamanten is gebeurd en uiteraard of Kadgien is geholpen en door wie.
Het is in ieder geval een bijzonder verhaal dat een verklaring van de vader van Paul tot zo’n langdurig onderzoek heeft geleid.

Bron 1 en 2: Dit is het dagboek van Wim Post. Op deze pagina's schrijft hij over de diamantroof.

Bron 3: Dit is een foto van Paul (rechts) en zijn neef Serge (links).  

Herkomst

Datering

16-04-1942


Gerelateerde bronnen

Alle bronnen